Bron: Espanje magazine

Lange tijd was Ribera del Dureo het kleine broertje van La Rioja. Inmiddels behoren de vinos uit deze streek tot de wereldtop. Neem bij Burgos de afslag richting Madrid en in nog geen uurtje vind je bodega na bodega met eeuwenoude ondergrondse kelders waar de mooiste wijnen liggen te rijpen.
tekst: Sander de Vaan

Aan de ‘gouden mijl, nabij het dorp Peñafiel en de rivier de Duero, liggen de bekendste bodega’s, waaronder Vega Sicilia, die al anderhalve eeuw peperdure wijnen maakt. Leuk om te weten, maar een bezoek aan deze firma kun je vergeten: men houdt de deuren hermetisch gesloten. En dus beginnen we in Pesquera, bij de gelijknamige bodega van Alejandro Fernández. De eigenaar heeft net zijn ontbijt genuttigd, twee gebakken eitjes, een stuk chorizo en twee glazen wijn: ‘De dokter zegt dat wijn goed voor je hart is, met het is natuurlijk óók goed voor de liefde,’ zegt hij met een knipoog.

Juan en alleman

Fernández geldt als dé Spaanse wijnpionier. Hij ontwierp ooit een oogstmachine voor suikerbieten en kocht met het verdiende geld grond om wijnranken te planten. Velen dachten dat hij gek was: men sloopte toen juist veel druivenstokken, omdat ze niet rendabel waren. Bovendien werd Ribera del Duero vooral gekenmerkt door het chique Vega Sicilia. Goede wijnen voor Juan en alleman kon je er amper vinden, maar Alejandro zette door, produceerde in 1975 zijn eerste, houtgerijpte rode wijn en zette die voor een schappelijke prijs op de markt.

Enkele jaren later werd zijn Tinto Pesquera als eerste Spaanse wijn door de gezaghebbende criticus Robert Parker bekroond met een topcijfer én het volgende advies: ‘U kunt Château Petrus voor 300 dollar kopen of deze vergelijkbare wijn voor 12 dollar…’ Daarna ging het snel en intussen produceert Grupo Pesquera ruim 2 miljoen flessen per jaar.

Lange rijen tempranillo

De Nederlandse Lisanne van Duijn werkt voor Fernández en laat ons de moderne installaties zien. ‘Alejandro gebruikt alleen de tempranillodruif. De wijnranken staan in lange rijen, wat hij indertijd in Bordeaux heeft afgekeken, en de stekken bevinden zich niet te hoog. Door het harde klimaat (koude winters en warme zomers met frisse nachten) moeten de druiven deels verwarmd worden door de stenen op de grond.’

Lisanne is bezorgd over de aanhoudende droogte in de streek. ‘Dit jaar heeft het maar een paar dagen geregend.’ Even later zal Alejandro dit tijdens de wijnproeverij bevestigen: ‘Het is beangstigend, zo erg als afgelopen jaar is het nog niet geweest.’ Ondanks het watergebrek worden ook de recente wijnen van Pesquera prima beoordeeld door de vakpers. Het paradepaardje, Millenium Reserva, wordt nu zelfs exclusief geschonken in de business class van Emirates.

Van de wijnen die wij proeven smaken de rode crianzas van Tinto Pesquera en Dehesa de la Granja het best, én – uit zijn bodega in La Mancha – de Alejairén, een heel aparte witte wijn met veel body en een lichte, amberkleurige tint.

Fraaie tunnels

Wat verderop ligt het dorp Peñafiel, bewaakt door een fraai kasteel op een rots. Aan de oostelijke voet ervan bevindt zich een ook een Nederland bekende bodega: Protos. Gids Raquel schiet in de lach als ik me voorstel. ‘Ik verstond eerst “terrorist uit Nederland”, maar je bedoelde natuurlijk “journalist uit Nederland”!’ Raquel begeleidt ons op een tour door de installaties van de oudste wijncoöperatie van de steek (1927). Onder invloed van Tinto Pesquera begon men eind jaren zeventig ook hier betere wijnen te maken.

Nu produceert Protos per jaar ruim 6 miljoen flessen (waarvan 1,5 miljoen witte wijn), vanaf ongeveer €7. Elders in Ribera, in bodega Torres de Anguix, maakt men exclusieve wijnen met druiven van oude planten. Elke wijnrank levert een oogst van maar 2,5 kg: prima voor de kwaliteit, want de plant kan zo de schaarse voedingsstoffen over relatief weinig druiven verdelen.

Een bezoek aan Protos kost €11. Je mag dan diverse wijnen proeven én je wordt rondgeleid door een fraai tunnelnetwerk in de kasteelrots plus het nieuwe gedeelte van de bodega, waar in totaal 15.000 vaten liggen. Na de tour serveert Raquel een soepele witte Protos (uit de nabijgelegen streek Rueda), een rode joven roble (6 maanden vatrijping) en een crianza (12 maanden). Het zijn stuk voor stuk lekkere, elegante vinos, zó elegant dat de terrorist uit Nederland bij het afscheid spontaan twee zoenen van de gids krijgt.

Fluweelzachte wijn

En er zijn hier méér goede bodega’s: in westelijke richting ligt Finca Villacreces, omringd door fraaie pijnbomen. In 2013 lanceerde men hier de rode Pruno (12 maanden gerijpt op Frans eiken), die, daar is-ie weer, Robert Parker met 94 punten bekroonde én het predicaat ‘Beste wijn van de wereld qua prijs/kwaliteit’. Hemelsbreed een paar honderd meter verderop ligt Dehesa de los Canónigos, maar om daar te komen moet je via een omweg de rivier de Duero oversteken. Deze bodega levert prima wijnen, heeft qua bouwstijl veel weg van een Baskische boerderij én is jarenlang hofleverancier van Vega Silica geweest.

‘Eigenlijk verbouwde men hier vooral aardappelen, mais en suikerbiet,’ vertelt gids Patricia, staand tussen de wijnranken. ‘Maar op een goede dag plantten monniken uit Valladolid op de armste grond een aantal druivenstokken. Later werd de finca eigendom van een Baskische familie die ook Vega Sicilia opgekocht en vervolgens leverde men jarenlang de dehesadruiven aan de overbuurman.’

Siësta op eiken

In 1989 besloot de nieuwe eigenaar zélf wijn van zijn druiven te maken. Met succes: de zachte vinos zijn vooral gewild bij experts. Ook bekende Spanjaarden als oud-premier Aznar openen graag een fles. In het licht glooiende landschap rond de bodega vind je een grote variëteit aan grondsoorten, van zanderig tot steenachtig, wat de complexiteit van de wijnen ten goede komt.

Met glinsterende ogen vertelt Patricia dat ze ook de lokale albillodruif gebruiken. ‘En alle druiven worden drie keer gecontroleerd: bij de pluk op het land, daarna handmatig op een tafel en uiteindelijk door een machine die ze een voor een op gewicht en grootte selecteert.’

We proeven een jonge, 100% tempranillowijn (Vino 5a Generación) maar met een opmerkelijk rijpe body (winkelprijs cira €10). De Crianza van Dehesa smaakt zachter, maar dat is logisch na een siësta van 15 maanden in een Amerikaans eiken vat. En dan is er de complexe Solideo: 24 maanden op vat, veel tempranillo, wat minder cabernet én 3% van de witte albillodruif, die gezellig met zijn rode neefjes mee mocht gisten. Tot slot laat Patricia ons een filmpje zien dat de Spaanse zandschilder Felipe Mejías in 2014 bij het 25-jarig jubileum van de bodega maakte. Bezoek je Dehesa, vraag dan ook naar deze video: een absolute must!

Betaalbaar prijzig

Voordat we richting Aranda de Duero, het hart van de Ribera del Dureo, rijden, stoppen we nog even aan de zuidkant van de rivier bij Bodega Aalto, venoemd naar een Finse architect, maar geleid door de voormalige sommelier van Vega Sicilia, Mariano García, en Javier Zaccagnini. Onlangs werd Aalto door twee Franse experts verkozen tot een van de honderd beste bodega’s ter wereld. De eigenaren willen bijzondere wijnen maken, maar voor minder geld van Vega Sicilia. Ze zijn daar goed in geslaagd, de Aalto Crianza lijkt voor Nederlandse begrippen prijzig (circa €27), maar een Franse wijn van vergelijkbare kwaliteit kost algauw het dubbele. In 2017 produceerden ze in totaal 360.000 flessen en die zijn praktisch allemaal al verkocht. Aalto werkt met druiven op negen verschillende plaatsen die gescheiden op vat rijpen, totdat de sommelier de wijn mengt om het beste resultaat te verkrijgen.

Ondergrondse bodega

Aranda de Duero is een gezellig stadje, met leuke restaurants, maar onder de grond is het er ook goed toeven, in een tunnelnetwerk waar al eeuwenlang wijn wordt gelagerd. Veel bodega’s zijn privébezit, maar in restaurant El Lagar de Isilla kun je gratis afdalen in een kelder met oude apparaten en foto’s van mannen die de wijn in grote leren zakken de stad zeulen.

Op de stoep van El Lagar treffen we Juan José, die ons naar de bodega van zijn vriendenclub El Chilindrón brengt, naast de kerk Santa María. Twaalf meter onder de grond toont hij ons een gangenstelsel met grote vaten en lange tafels. ‘De tunnels zijn nu goed onderhouden, want veertig jaar geleden stortte een huis in omdat de bodega eronder in slechte staat verkeerde. Sindsdien houdt de gemeente streng toezicht.’

Op verschillende plekken zijn luchtgaten naar de straat aangebracht. Omdat de plafonds uit zandsteen bestaan is het van belang dat ze droog blijven. Worden ze te nat, dan kan het zand namelijk te zwaar worden en instorten.

Bekende wijnfamilie

Na wat tapas in Cervecería Cruz Blanca, octopus, patatas alegres (vrolijke aardappelen) en een broodje met verse sardines, rijden we naar bodega Cair, in La Aguilera. Het centrale kantoor heeft de vorm van een wijnvat en we proeven er een jonge Cair Cuvée, van veel tempranillo en wat merlot, die op een hoogte van bijna 1000 meter worden verbouwd.

Juan Luis Cañas, eigenaar van Cair, stamt uit een bekende wijnfamilie uit La Rioja en nam nogal wat risico toen hij deze bodega in 2008 in Ribera oprichtte. Zijn wijnen smaken echter prima en met name de Cair Crianza is een goede wijn voor een gezellig dinertje met vleesgerechten. En dan is er nog de vijfliterfles Pendón, een complexe wijn van druiven van zeer oude stokken (oogst: 1000 kg per hectare = amper twee trossen per plant!). De prijs mag er wezen: ruim €1000, en toch is de hele productie van het jaar al verkocht. Vooral Chinezen zijn er dol op!

Perfecte crianza

De laatste stop is in het nabijgelegen Condado de Haza, waar Olga, dochter van Pesquera-baas Alejandro, de scepter zwaait: een prachtig gelegen landgoed te midden van kleiachtige heuvels.

De bodega oogt oud, maar werd pas 25 jaar geleden gebouwd, compleet met een opslagtunnel van 200 meter. We treffen er ook Alejandro weer, die zich opmaakt voor de lunch en een glas wijn van het huis (die trouwens ook bij KLM wordt geschonken). Olga maakt hier met haar team betaalbare, goede wijnen en gebruikt enkel schapenmest op het land. De rode crianza smaakt perfect, zeker wanneer Alejandro aanschuift met ham. ‘Proost!’ zegt hij trots. ‘De kwaliteit van een wijn meet je tijdens het eten,’ zegt Olga even later bij het hoofdgerecht. En zo is het natuurlijk, want drinken om te drinken, dát is heiligschennis in Ribera del Duero!