Een tovenaar met verbeeldingskracht. Een superster in expressie. Misschien wel de grootste kunstenaar van de 20e eeuw: Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno María de los Remedios Cipriano de la Santísima Trinidad Ruiz y Picasso.

Pablo Picasso zit met een klein gezelschap in een restaurant als hij door een vrouw wordt benaderd. Ze vraagt hem een tekening te maken op een servet. En natuurlijk hoeft hij dat niet voor niks te doen. Picasso maakt met een paar ogenschijnlijk argeloze lijnen een tekening en overhandigt het servet aan de vrouw met de mededeling dat hij nu tienduizend dollar van haar tegoed heeft. ”Tienduizend dollar!? Die tekening maken heeft nog minuut gekost!’ Waarop Picasso repliceert: ”Mevrouw, dat heeft mij veertig jaar gekost.”

Als kind had ik het talent om te kunnen tekenen als Raphael; het heeft me alle jaren van mijn leven gekost om te kunnen tekenen als een kind.

Als we de moeder van Picasso mogen geloven, was kleine Pablo’s eerste woord niet mamá of papi, maar piz. Een verkort woordje voor lapiz, dat vrij vertaald zoveel betekent als potlood. Mooi verhaal, maar feit is: bij zijn geboorte is Pablo gezegend met een onmetelijk talent. Het zit ’m letterlijk in de genen: zijn vader is kunstschilder en geeft tekenles, dus ook aan zijn zoon. Al snel wordt voor pa Picasso duidelijk dat die kleine Pablo weleens een heel grote zou kunnen worden. En zo vinden we hem al op elfjarige leeftijd terug in La Coruña, op een speciale school voor kunstonderwijs. Overigens heeft hij al eerder als zevenjarige artiest zijn eerste schilderij gemaakt. Het is een voorstelling van een picador, iemand die bij het stierenvechten met een lans de stier verwondt, getiteld ‘De gele picador’. Hoe zakelijk Picasso ook was, van dit schilderij heeft hij nooit afstand kunnen doen.

Lang blijft Picasso niet in La Coruña. Als hij veertien is, verkast hij naar Barcelona om aan de kunstacademie te gaan studeren. In die tijd is zijn werk figuratief. Het schilderij ‘Eerste Communie’, het eerste aan het publiek getoonde werk van Picasso, getuigt daarvan. Strikt genomen hebben hieraan twee Picasso’s gewerkt: Pablo’s jongere zusje Lola stond model voor het knielende meisje dat in het schilderij de aandacht opeist. Picasso zal Lola nog veel vaker afbeelden. Zijzelf zal zich niet aan de kunsten wagen: het hele voorraadje talent was al door broerlief ingepikt.

“Mijn moeder zei ooit tegen mij: als je een soldaat wordt, word je generaal, als je een priester wordt, word je de paus. Maar ik werd kunstenaar en zo werd ik Picasso.”

Pablo Picasso zit op het strand, niet ver van zijn huis in Zuid-Frankrijk, een beetje te relaxen. Een jongetje van een jaar of tien komt naar hem toe met een stuk papier en een stift en vraagt Pablo of hij misschien een tekening voor hem wil maken. Het joch is duidelijk door zijn ouders op pad gestuurd om de hand te leggen op iets met een handtekening van Picasso. Want Picasso is kassa: alles met zijn handtekening levert een vermogen op. Pablo denkt even na, scheurt het papier in stukken en vraagt de jongen zich om te draaien. Met de stift tekent hij een voorstelling op de rug van de jongen, signeert deze pontificaal en stuurt het kind terug naar zijn ouders. Als hij later over dit voorval spreekt, deelt hij zijn gedachten van dat moment: zullen die mensen dit kind ooit nog wassen?

Picasso was niet alleen expressief in zijn creativiteit, maar ook zakelijk liet hij zich gelden. Vandaag de dag stelen kunstenaars als Damian Hirst en Jeff Koons de show als grootverdieners: het ver-mogen van Hirst wordt geschat op ongeveer 1 miljard dollar, dat van Koons op 500 miljoen dollar. Vergeleken met Picasso kunnen zij niet aan hem tippen: bij zijn overlijden in 1973 werd het vermogen van Picasso geschat op 260 miljoen dollar, omgerekend naar 2019 betekent dat grosso modo 1,4 miljard dollar.

“Geef me een museum en ik vul het.”

In de tijd dat Picasso in het door de Duitsers bezette Parijs woont, wordt hij in zijn atelier bezocht door een paar Duitse officieren. Bij het bekijken van een neerslachtig zwart-wit-grijs schilderij vragen ze Picasso of dit zijn werk is. Zijn antwoord: “Nee, dat is úw werk.”

Het gaat om Picasso’s beroemdste schilderij, ‘Guernica’. In 1937 is Picasso al de bekendste levende kunstenaar ter wereld. Het is daarom geen wonder dat de Spaanse Republikeinse regering hem vraagt om een schilderij te maken voor het Spaanse paviljoen tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs. In eerste instantie kost het hem moeite om inspiratie te vinden. Totdat op 26 april 1937 Duitse vliegtuigen in opdracht van de Spaanse nationalisten, onder leiding van generaal Franco, een verwoestend bombardement op het Baskische stadje Guernica uitvoeren. In drie uur tijd is het stadje weggevaagd.

Het ooggetuigenverslag van de Engelse correspondent George Steer voor dagblad The Times opent de ogen van iedereen buiten Spanje voor de gruwelijke gewelddaden die hier voltrokken zijn. Picasso is geraakt en gaat aan het werk. In enkele weken realiseert hij een expressief magnum opus dat de chaos, de ontreddering en het verdriet voelbaar maakt voor de wereld. Het doek van gigantische afmetingen (3,39 x 7,77 meter) is uitgevoerd in zwart, wit en grijs en staat bol van de symboliek. Het zal uitgroeien tot hét beeld van protest tegen oorlog en onderdrukking.