Wijnen uit Argentinië

Veel wijnliefhebbers weten niet dat Argentinië mondiaal gezien op de vijfde plaats staat van wijnproducerende landen. Het is dan ook zo dat de Argentijnse bevolking het grootste deel van de wijn zelf drinkt en er weinig voor export overblijft. De basis van de wijncultuur in dit land werd gelegd toen de Spaanse conquistadores Argentinië koloniseerden en meereizende jezuïeten de druif criolla grande aanplantten. Dit zeer middelmatige druivenras werd het uitgangspunt voor de eerste wijngaarden.

Lees verder...

Monniken en kolonisten groeven daar meteen een ingenieus stelsel van kanaaltjes omheen, zodat het smeltwater uit het Andesgebergte voor irrigatie van de wijn- en landbouw gebruikt kon worden.

Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam met de aanleg van de spoorlijn van Buenos Aires naar Mendoza de wijnbouw echt tot ontwikkeling. Immigranten uit onder andere Italië, Spanje, Duitsland en Frankrijk brachten hun eigen druiven mee. Zo komt bijvoorbeeld het druivenras tempranillo uit Spanje en het ras bonarda uit Italië, en stammen malbec, cabernet sauvignon, chardonnay en pinot noir uit Frankrijk. Deze druivenrassen zorgden ervoor dat de Argentijnse wijn veelzijdiger werd, maar het proces van echte kwaliteitsverbetering duurde lang. Voor vrijwel alle wijnproducerende landen begon na de Tweede Wereldoorlog een periode van herstel en vond er vernieuwing en verbetering in de wijnbranche plaats. Maar voor Argentinië was dit het begin van een reeks aaneengesloten militaire dictaturen, met het bijbehorende isolement, een onmogelijke bureaucratie en veel corruptie. Pas in 1983 keerde de democratie terug en veranderde de economie met horten en stoten. Na 2000 kwam er een onverwachte omslag in het consumptiegedrag: de Argentijn ging minder wijn drinken, maar wel van betere kwaliteit. Wijnproducenten konden nu met investeringen in kennis en nieuwe, moderne bodega’s kwaliteitswijn maken voor de binnenlandse markt, en met diezelfde wijn de internationale concurrentie aangaan.

De wijngaarden van Argentinië liggen vooral in het westen van het land. Het droge, zonnige klimaat daar is zeer geschikt voor wijnbouw. De provincie Mendoza is het belangrijkst voor de wijnindustrie; driekwart van de Argentijnse wijngaarden is hier te vinden. Ze liggen langs de voet van het Andesgebergte, op hoogtes tussen 600 en 2000 meter. Binnen Mendoza is Valle del Uco het beste gebied. Het klimaat is er warm en droog, en het smeltwater uit de Andes zorgt voor voldoende irrigatie. In combinatie met vrij rijke bodems leidt dit tot relatief hoge rendementen. Door de vele zonuren, de relatief gematigde temperaturen en de nachtelijke verkoeling op de berghellingen krijgen de druiven een optimale rijping, zodat ze mooie zuren en intense aroma’s kunnen ontwikkelen. De hoge ligging zorgt bovendien voor een lage luchtvochtigheid, waardoor er minder kans op ziektes is.

De keuze van druivenrassen in Argentinië is voor de Nieuwe Wereld verrassend divers. De belangrijkste rode wijnen worden gemaakt van malbec. Die rijpt hier erg goed, heeft karakter en is met zijn uitmuntende kwaliteit terecht de nationale trots. Een andere specialiteit is bonarda, van oorsprong afkomstig uit Piemonte in Noord-Italië. Verder worden er wijnen gemaakt van onder andere tempranillo, cabernet sauvignon, merlot, syrah en pinot noir. Een opvallende witte wijn komt van de aromatische druif torrontés. Het is een wijn die aan een droge Muscat doet denken en daar ook aan verwant is. Andere interessante witte variëteiten zijn chardonnay, pinot gris, viognier en sémillon.

{{var product.name}} is toegevoegd aan de bestelling.

Verder winkelen
Naar kassa en afrekenen